Heeft u vragen?

Het rendement van obligaties

Er zijn 3 componenten in het rendement van obligaties.

  1. De rentevoet van de coupon;
  2. De verwachte stijging of daling van het kapitaal over de looptijd gebaseerd op de huidige rentecurve; en
  3. Het rendement gegenereerd door toekomstige wijzigingen in de intrestvoeten.

We geven toe dat dit een ingewikkeld verhaal is. Maar zonder uit te leggen hoe dit juist werkt, is voor een belegger vooral het volgende belangrijk.

De eerste twee aspecten zijn bekend of je kan ze vandaag bepalen.

Waarom beleggen in obligaties ook echt beleggen wordt, blijkt uit het derde aspect. Hierin zit de term “toekomstige”. Dit geeft aan dat je een beslissing moet nemen over hoe je denkt dat de intrestvoeten in de toekomst gaan evolueren om je huidige rendement te evalueren. Stijgende intrestvoeten genereren dalende obligatierendementen en dalende voeten stijgende rendementen.

Beleggen houdt in dat je de tandem risico tegenover rendement in een haalbaar evenwicht houdt volgens jouw risico-appetijt.

Risico en rendement ook bij obligaties!

Met dit derde aspect begint de moeilijkheid voor de belegger.

Er zijn veel intrestvoeten want er zijn veel verschillende looptijden met telkens andere intrestvergoedingen. Bovendien zijn er ook verschillende klassen van obligaties omdat de uitgever ervan niet altijd even betrouwbaar wordt geacht om alle betalingen van coupons en eindkapitaal even stipt uit te voeren in alle marktomstandigheden.

Die beslissing over looptijd en emittent moet je ook als belegger afwegen tegenover de richtlijnen opgelegd door je risicoprofiel. Het impliceert dikwijls dat je een benadering moet toepassen die varieert in looptijd en kwaliteit naargelang je idee over de toekomstige intrestvoeten.

De context bepaalt de uiteindelijke waarde

Geef toe dat we hier ver verwijderd zijn van een ogenschijnlijk eenvoudige beleggingsklasse met een eenvoudige couponrente en een eenvoudige terugbetaling van kapitaal op eindtermijn. De obligatie op zich mag dan eenvoudig zijn qua concept. De waarde ervan en dus het uiteindelijke rendement ervan wordt sterk bepaald door de voortdurend veranderende context rond de obligatie.

Uit het bovenstaande mag blijken dat het quasi onmogelijk is voor een belegger om deze opvolging en vooral de noodzakelijke variatie naargelang de omstandigheden, zelf correct uit te voeren.  En toch een goede balans tussen risico en rendement te behouden, bedoelen we daarmee. Daarom schakelen de meeste beleggers over naar de hulp van obligatiefondsbeheerders. Maar ook in die obligatiefondsen zitten veel verschillen die allemaal terug te brengen zijn naar specifieke keuzes over de hoger vermelde aspecten.

In latere bijdragen vertellen we meer over hoe Cring de fondsenselectie in samenspraak met zijn klanten oplost.

Wil je er nu al meer over weten, vraag het ons.

Tot binnenkort.

 

Contact

CRING BVBA
Jaarbeurslaan 17, bus 12, 3600 Genk
T. 089 23 33 01
info@cring.be
FSMA 115093
RPR 0479.427.943