Heeft u vragen?

Obligaties en hun bronnen van rendement

Tot nu toe hadden wij het in onze blogs nog nooit over de bronnen van rendement bij obligaties. Bij de aandelen daarentegen werd de kracht uit hun bronnen van rendement al regelmatig in de verf gezet.

Een logische vraag is dan: jullie bouwen een risicoprofiel toch ook op met obligaties?

Waarom spreek je dan niet over de bronnen van rendement bij deze activaklasse?

Dat doen we nu wel maar we geven meteen aan dat we de obligaties als actief toch iets meer ‘tegendraads’ gebruiken in tegenstelling tot aandelen.

 

De academici hebben de obligatieklasse ook onder de loep genomen en naar de bronnen van rendement gepeild. Zij hebben er twee gedetecteerd. Die werken op dezelfde manier in elke liquide obligatiemarkt over de hele wereld. Dat is de regel van een academisch principe. Het moet herhaalbaar en overal toepasbaar zijn bij gelijkaardige omstandigheden.

 

De eerste bron van rendement is de EMITTENT.

 

De tweede bron van rendement is de LOOPTIJD.

 

Bij de emittent of de uitgever van het schuldpapier is de belangrijkste kwaliteit de mate waarin hij de terugbetaling van het papier kan garanderen op eindtermijn en tijdens de looptijd geen enkele couponbetaling mist. Hiervoor bestaan ‘kwaliteitslabels’ of ‘ratings’ die door kredietbeoordelingsbureaus worden toegekend. Die beginnen bij AAA en lopen af via AA, A, BBB, BB,… C tot D met allerlei tussencategorieën aangegeven door + of – achter de letters. D staat voor trouwens voor ‘Default’ of staking van betaling van de coupon en/of het initieel belegde kapitaal. Voor onze beleggingsdoeleinden gebruiken we alleen de klasse van minstens BBB- en hoger. In de lagere klassen is het risico op een betalingsstop, een onderbreking of een ander marktrisico te groot.

 

Bij de looptijd neemt het beleggingsrisico toe naarmate de looptijd langer is. Dat risico komt voort uit veranderingen in de marktintrestvoet. Het risico op dit soort verandering met een negatief effect op het obligatierendement is hoger bij een lange looptijd.   Om toch zo snel mogelijk te kunnen handelen is het aangewezen om de looptijd zo kort mogelijk te houden. Op deze manier kunnen de aflopende obligaties sneller geherinvesteerd worden tegen de nieuwe intrestvoet.

 

Wij selecteren obligatiefondsen in een beleggingsportefeuille van een klant voor het risico-dempend effect van obligaties tegenover het actieve en meer volatiele rendement van de aandelen. Daarom gaan wij voor obligaties met een hoge kwaliteit van emittent en met een zo kort mogelijke looptijd. Wij zoeken niet echt het rendement in obligaties maar eerder het lange termijn dempend effect op de volatiliteit van het algemene beleggingsrendement. Dat bedoelen we met ‘tegendraads’.

Hoe we dit in de praktijk toepassen voor u? Vraag het ons.

Lieven Vandenmeersche

Contact

CRING BVBA
Jaarbeurslaan 17, bus 12, 3600 Genk
T. 089 23 33 01
info@cring.be
FSMA 115093
RPR 0479.427.943